Specialismen

Verhuurders dubbel gestraft bij hennepvondst, en hoe dat te voorkomen

Een grote hennepkwekerij in het gehuurde; het is een nachtmerrie voor iedere verhuurder die in goed vertrouwen een huurovereenkomst is aangegaan. De hennepkwekerij wordt na ontdekking door de politie ontmanteld en afgevoerd, maar de verhuurder blijft achter met een gesloopt en beschadigd pand.

Welk nadeel heeft de verhuurder naast een beschadigd pand verder nog?

De verhuurder loopt ook een bestuursrechtelijk risico wanneer de huurder in strijd heeft gehandeld met de Opiumwet. Volgens de wet  (art 13b lid 1 Opiumwet) mag de burgemeester in dat geval aan de verhuurder een last onder dwangsom opleggen en een pand (tijdelijk) sluiten. Deze bevoegdheid heeft hij om de openbare orde te handhaven en bijvoorbeeld de rust in een buurt te laten wederkeren. De verhuurder wordt daardoor echter ernstig bemoeilijkt in de wederverhuur.

Ook kan de verhuurder door de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor de kosten van bestuursdwang, met name voor de kosten van de ontmanteling van de hennepkwekerij. Of de verhuurder wordt afgesloten van het elektriciteitsnetwerk. In dat soort situaties is het belangrijk om juridisch advies in te winnen.

Kan bij een onschuldige verhuurder ook de sluiting van het pand gelast worden?

Jazeker. Voor het sluiten van een pand is niet vereist dat de verhuurder verwijtbaar heeft gehandeld. De enkele aanwezigheid van de hennepkwekerij is voor de sluiting al voldoende. De burgemeester heeft in deze veel vrijheid.

Ook bij het bepalen van de sluitingstermijn heeft de burgemeester veel vrijheid volgens de Raad van State. Bij haar uitspraak van 5 februari 2014 vorderde een verhuurder schadevergoeding van de gemeente, omdat zijn pand drie maanden gesloten was. Hij vond dat veel te lang. De Raad van State wees de vordering af en stelde dat de sluiting en sluitingstermijn de wettelijke bevoegdheid van de burgemeester betreffen en dat het besluit daarom slechts terughoudend getoetst kan worden.

Er is in de jurisprudentie zelfs een geval bekend waarbij de sluiting voor de duur van vijf jaar werd toegestaan.

En als de huurovereenkomst met de hennepkweker nu beëindigd is?

Als de huurovereenkomst met de hennepkweker beëindigd is, en er dus geen herhalingsgevaar meer bestaat, zou men denken dat de sluiting van het pand zou moeten worden opgeheven. Dit is echter meestal niet het geval. De Raad van State overwoog in haar uitspraak van 7 september 2016 nog dat het zwaarwegend belang van de verhuurder niet boven het belang van de openbare orde ging. De burgemeester had hier aangegeven dat hij de sluiting nodig achtte om een signaal af te geven zodat duidelijk wordt dat een pand niet als locatie mag dienen om drugs te verbouwen of te verkopen.

Wat kunt u doen als verhuurder om u tegen sluiting te beschermen?

De Raad van State gaat er van uit dat de verhuurder invloed heeft op het gebruik van het gehuurde door middel van de huurovereenkomst (uitspraak 31 maart 2012). In de huurovereenkomst kan bijvoorbeeld geregeld worden:

  1. de precieze bestemming van het gehuurde.
  2. het verbeuren van een boete door de huurder bij handelen in strijd met de Opiumwet.
  3. aansprakelijkheid van de huurder voor alle kosten van sluiting.
  4. het vrijwaren van de verhuurder door huurder van alle (gevolgen van) dwangsommen en kostenverhaal.
  5. het verlenen van toegang aan de verhuurder zodat deze regelmatig het gebruik van het gehuurde kan inspecteren.

Vooral het laatste is een belangrijke tip. Het verdient daarbij natuurlijk wel aanbeveling om gebruik te maken van de geregelde bevoegdheid, zodat de huurovereenkomst beëindigd kan worden voordat de burgemeester in actie komt.

Heeft u als verhuurder te maken met een bestuursrechtelijke sluiting van uw pand, of  wilt u een goed huurcontract laten opstellen om dit te voorkomen? Neem dan contact op met de specialisten van onze vastgoedsectie. Zij helpen u direct.