Specialismen

De positie van de onterfde echtgenoot

Geregeld sta ik in mijn praktijk een onterfde echtgeno(o)t(e) bij. De positie van deze echtgenoot is bijzonder, nu deze door het huwelijk weliswaar verbonden is met de erfla(ats)ter, maar in de afwikkeling van de nalatenschap een ondergeschikte rol speelt. Deze gelijktijdige ‘in- en uitsluiting’ kan tot complexe situaties leiden.

Wat krijgt de onterfde echtgenoot?

Door het ‘onterven’, het uitsluiten als erfgenaam, kan de echtgenoot geen aanspraak maken op (het eigendom van) de goederen of op de waarde van de nalatenschap. Waar een als erfgenaam uitgesloten kind nog een beroep kan doen op de zogeheten ‘legitieme portie’, bestaat voor de uitgesloten echtgenoot een vergelijkbaar recht niet. In die zin verkrijgt de onterfde echtgenoot dus niets.

Is de echtgenoot niet al eigenaar?

Het is natuurlijk wel goed mogelijk dat de onterfde echtgenoot van een deel van de nalatenschap mede-eigenaar is. Bepalend hiervoor is de wijze waarop de vermogensrechtelijke verhouding tussen de echtgenoten bij leven geregeld was. Waren zij in gemeenschap van goederen getrouwd? Dan is de onterfde echtgenoot in principe eigenaar van de (onverdeelde) helft van de nalatenschap. De andere helft komt de erfgenamen – vaak de (stief)kinderen – toe. Zijn er huwelijkse voorwaarden opgemaakt? Dan is leidend wat daarin is vastgelegd. De onterfde echtgenoot zal dan met de erfgenamen tot een verdeling of regeling moeten komen, in overleg, of middels een gerechtelijke procedure.

Welke wettelijke rechten heeft de onterfde echtgenoot?

Ongeacht de aanwezigheid of de inhoud van de huwelijkse voorwaarden, komt de echtgenoot een drietal wettelijke rechten toe. Zo mag de echtgenoot de woning (met inboedel) die tot de nalatenschap behoort en die hij bewoonde ten tijde van het overlijden nog voor een periode van zes maanden gebruiken. Daarnaast kan de echtgenoot van de erfgenamen verlangen op die woning een recht van vruchtgebruik te vestigen, zodat hij de woning blijvend kan gebruiken. Ten slotte kan de echtgenoot van de erfgenamen verlangen te zijnen behoeve een vruchtgebruik te vestigen op ‘overige goederen’, voor zover hij die behoefte heeft voor zijn verzorging.

Termijnen

De onterfde echtgenoot dient wel de voorgeschreven termijnen goed in het oog te houden. Voor het vestigen van een vruchtgebruik op de woning, dient de echtgenoot binnen zes maanden na het overlijden te verklaren daarop aanspraak te maken. Voor het vestigen van een vruchtgebruik op de ‘overige goederen’ geldt een termijn van een jaar. Werken de erfgenamen niet mee en moet de kwestie worden voorgelegd aan de (kanton)rechter, zal dat moeten gebeuren binnen een jaar en drie maanden na het openvallen van de nalatenschap.

Heeft u te maken met een verdeling van een nalatenschap, een onterving of wenst u aanspraak te maken op de vestiging van een vruchtgebruik (of daar tegen op te komen), dan kunt u voor advies bij mij terecht.