Specialismen

De krakende anti-kraker

Toeristen komen graag in Amsterdam, ik niet. Vorige maand had ik een afspraak bij cliënte woningcorporatie Tievus. Ik besloot met de auto te gaan. Na twintig minuten vastgestaan te hebben op een gracht – de bestuurder van een bestelbus had zijn auto midden op straat gezet en was even een broodje gaan eten – arriveerde ik te laat bij mijn gesprekspartner Linda Alberti. Een lieve geblondeerde vrouw van begin zestig die altijd op de afdeling huisvesting van de gemeente Amsterdam had gewerkt, totdat haar afdeling geprivatiseerd werd. Sindsdien was zij woningconsulente bij corporatie Tievus. “Wat ik dus zei, ” vertelde ze met het lijzige lokale accent, “we gaan die flats bij de Jordaan renoveren. Dus we hebben de bewoners mooie appartementjes gegeven, dat ze lekker elders kennen verblijven”.

Maar net toen de meeste huurders met ruime verhuiskostenvergoedingen waren verkast naar alternatieve bestemmingen, had een tiental krakers de vrijgekomen woningen bezet. Linda Alberti: ”Die mensen moeten ook ergens wonen, dus ik ken ze ergens wel begrijpen. Maar het komt niet goed uit, in verband met die renovatie natuurlijk hè.” De krakers hadden uiteindelijk na betaling van een “onkostenvergoeding” hun heil elders gezocht, maar één van hen was principieel geweest. Kraker Henny Kruit was niet vertrokken maar had zich in een kort briefje beroepen op artikel 8 EVRM. ‘Geachte mensen van Tievus, op grond van het Europese verdrag van de Rechten van alle Mensen heb ik recht op een huis. Ik blijf lekker zitten, vrienden. Groeten, H. Kruit’.

Op verzoek van cliënte had ik de man schriftelijk gesommeerd om de woning in de Jordaan te ontruimen. Hij verbleef daar immers “zonder recht of titel”. Ik meldde de kraker dat ik hem in een kort geding zou betrekken, indien hij niet binnen vijf dagen zijn biezen zou hebben gepakt. Een week later belde ik Linda Alberti. Ik vroeg of zij wist of Henry Kruit eieren voor zijn geld had gekozen en was vertrokken. Dat bleek niet het geval. Linda had een ludieke oplossing bedacht. Zij had in de tussentijd de anti-kraak beweging Tussenstation B.V. ingehuurd. Die organisatie had een bruikleenovereenkomst met de kraker gesloten. “Dat Tussenstation heb dus een afspraak met Henry Kruit gemaakt. Die jongen ken daar nu als anti-kraker lekker blijven zitten totdat wij met Tievus gaan renoveren. Eind goed al goed, zeg ik altijd maar.”

Die laatste conclusie bleek voorbarig. Een half jaar later wilde de door mijn cliënte gecontracteerde aannemer een aanvang maken met de renovatie van de flats in de Jordaan. Linda Alberti had Tussenstation B.V. geïnformeerd. De anti-kraak beweging diende Henry Kruit te melden dat de bruikleenovereenkomst eindigde en hij moest ontruimen. Twee weken later belde een medewerker van Tussenstation B.V. naar mijn cliënte. Er was contact geweest met de heer Kruit, maar deze weigerde te vertrekken. “Henry Kruit beroept zich op huurrechten, ” vertelde de man van  Tussenstation B.V.

“Hij heeft de kozijnen van de woning geverfd en een deur vervangen. Henry noemt dat een betaling in natura. De jongen vindt dat er daarom geen sprake is van bruikleen maar van huur. En hij dus een beroep kan doen op huurbescherming.” Ik wees Linda Albert op haar eigen rechten, althans die van haar werkgever woningcorporatie Tievus. Men had niet voor niets een anti-kraakbeweging ingeschakeld. Tussenstation B.V. had de verplichting om haar bruiklener Henry Kruit tot vertrek te dwingen. Bovendien bestond er geen contractuele relatie tussen de woningcorporatie en de man, zodat ook Tievus in kort geding ontruiming van de flat kon vorderen.

Linda Alberti begreep mijn verhaal. Zij diende ruggenspraak te houden en zou mij terugbellen. Vervolgens bleef het een maand stil. Ik besloot poolshoogte te nemen. Na een aantal pogingen kreeg ik een stotterende Linda Alberti aan de telefoon. “Ik heb de zaak toch maar geregeld met die Henry Kruit,” vertelde ze mij na enig aandringen. “In zijn hart is het namelijk een goeie jongen, weet je. Hij woont nu in een huisje van ons in Oud-Zuid, tegen een gereduceerd huurtje. Gezellig toch, met z’n meisje. Eind goed al goed, zeg ik altijd maar.”

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.